Precies nadat de trompettist zijn instrument liet zakken
haalde oude pake Piet zijn handen uit zijn zakken.
zijn knuist zocht toen de mijne, vingers schoven zacht ineen,
de klok sloeg acht, het plein viel stil, geroezemoes verdween.
‘Dit jaar’, had pake mij gezegd, ‘ben jij de vierde mei
precies zo oud als ik destijds, je lijkt zelfs wat op mij’.
Ik schrok enorm toen ik daarna in pakes ogen keek.
Daar zag ik iets dat heel ver weg op zachtjes grienen leek.
Ik zweeg maar, omdat ik die traan van pake niet begreep,
tot zonet, de massa stil, hij in mijn handje kneep.
(Aangereikt door Jeltje Brink)